Fantasia e Fuga sopra B.A.C.H.
Boeijenga Music Publications
BE1143
Prijsklasse: €12,50 tot €14,50
Jan Nieland (1903-1963) studeerde orgel en piano aan het Amsterdamsch Conservatorium bij respectievelijk Jean-Baptiste de Pauw en Willem Andriessen, van Sem Dresden kreeg hij compositielessen. Zeer jong behaalde hij voor beide instrumenten ‘cum laude’ het einddiploma, in 1924 vervolgens de Prix d’Excellence voor orgel en een jaar later met een recital in de kleine zaal van het Concertgebouw ten slotte het solistendiploma voor piano.
Op 20-jarige leeftijd werd hij benoemd tot orgeldocent aan het Amsterdamsch Conservatorium, een jaar later volgde zijn aanstelling als organist van het Concertgebouw, waar op dat moment Willem Mengelberg de scepter zwaaide. De recensies over zijn virtuoze orgelspel waren lovend maar een grote carrière als concertorganist heeft hij niet gemaakt. Hij gaf er de voorkeur aan zijn eigen koers te varen door vooral als pedagoog en componist actief te zijn. Hij schreef een groot oeuvre met tientallen piano- en orgelwerken, een uitgebreid repertoire aan koormuziek, liederen, kamermuziek en orkestwerken. Dat hij destijds als componist werd gerespecteerd blijkt wel uit zijn contacten met Schott frères in Brussel, Van Rossum in
Utrecht en de World Library of Sacred Music in Ohio, die veel composities van hem uitgaven. Nielands werken zijn hecht van bouw, zijn muziektaal is innemend en bezit een grote lyrische uitstraling zoals bijvoorbeeld in de meditatieve Fantaisie pour grand orgue uit 1947 goed te horen is.
In zijn Bach-hommage Fantasia e Fuga sopra B.A.C.H. uit 1942 koos Jan Nieland het bekende BACHthema als basis en wist zich daarmee in goed gezelschap, onder meer Schumann, Liszt, Reger en Karg-Elert gingen hem voor. Het werk heeft een bijzondere plaats in zijn oeuvre omdat het twee stijlen combineert. Het aanvankelijk enigszins dissonante laat-negentiende-eeuwse idioom wordt aan het eind van de Fantasia plotseling doorbroken door het optreden van vertrouwde en meer toegankelijke klanken. Het blijkt een voorbode voor de Fuga, waarin vooruitstrevende en behoudende elementen elkaar met succes in balans houden.

