Parlamente (voor klarinet/hobo en orgel)
Boeijenga Music Publications
BE3137
Prijsklasse: €12,50 tot €14,95
Parlamente werd in opdracht van de Raad van State geschreven ter gelegenheid van het afscheid van haar vicepresident mr. W. Scholten (zomer 1997). Met zijn familienaam leverde hij het thema voor de vijf delen van het werk, terwijl zijn doopnaam Willem aanleiding werd voor enkele flarden uit de melodie van het ‘Wilhelmus’.
De vijf delen ontlenen hun vorm aan een communicatievorm die bij de Raad van State niet uitzonderlijk is: het ‘spreken’ (parlare = Latijn voor spreken).
Deel 1, Discurso (Betoog), is een alleenspraak volgens een nauwkeurig vooraf opgezet plan: volgens de muzikale vormleer staat dit Betoog in de ‘hoofdvorm’ of ‘sonatevorm’. Een korte inleidende zin roept de aandacht van het publiek op. Daarna poneert de spreker zijn eigenlijke onderwerp, het eerste thema. Een nieuwe gedachtegang ontvouwt hij in de loop van zijn betoog, het tweede thema. Vervolgens worden beide thema’s met elkaar in verband gebracht, gewikt en gewogen (de ‘doorwerking’) en tenslotte in de afronding van het betoog bevestigd en als belangwekkend onderstreept (de ‘reprise’). De ‘coda’ refereert aan de inleiding: de spreker dankt de toehoorders voor hun welwillende aandacht.
Deel 2, Dialogo, is een Dialoog. De klarinet (of hobo) en het orgel zijn de twee gesprekspartners. Ogenschijnlijk spreken zij aanvankelijk ieder voor zich, zonder op elkaar af te stemmen, ieder in zijn eigen taal. In de loop van het deel blijken de grote sprongen van de klarinet-(of hobo)partij goed te harmoniëren met de speels vloeiende orgelpartij. Zij sluiten gebroederlijk af.
Deel 3, Discussione, is daarentegen een felle Discussie, een woordenstrijd waarin beide sprekers elkaar voortdurend in de haren vliegen. Zij praten door elkaar heen, vallen op ongepaste wijze elkaar in de rede, luisteren absoluut niet naar wat de ander te zeggen heeft en willen voortdurend het laatste woord hebben. Wie het hardst schreeuwt en de langste adem heeft lijkt te winnen.
Deel 4 is een Narratio (Vertelling). De klarinet (hobo) vertelt een verhaal in een driedelige ‘liedvorm’. Het orgel ‘luistert’ geduldig en ondersteunt de verteller met een ostinate bas. Wanneer de klarinet (hobo) terugkeert naar het begin van zijn verhaal neemt het orgel de melodie over en ‘zingt’ de klarinet (hobo) een tegenstem.
Deel 5 is een echte Redevoering, een Oratio. De redenaar kiest als retorische vorm de klassieke fuga. Na een geleerd opgezet beginbetoog laat hij de teugels even vieren in een luchtig divertimento. Als daarna de klarinet (hobo) het hoofdthema weer opvat gaat het orgel nog even met de luchtige divertimentosfeer door. Beide gegevens blijken goed samen te kunnen gaan. In het afsluitende ‘stretto’ speelt de redenaar de thema’s tegen elkaar uit, grijpt terug op thema’s uit voorgaande delen en waagt het om boven een bas, die wel erg aan het ‘Wilhelmus van Nassouwe’ doet denken, zijn uitgangsthema in een geleerde canonvorm te etaleren. Na een ander citaat uit het ‘Wilhelmus’, dat overigens ook al in deel 1 verstopt zat, sluit de redenaar zijn Oratio af met de inleiding waarmee deel 1 was begonnen.

