Passacaglia voor orgel
Boeijenga Music Publications
BE3164
Prijsklasse: €12,50 tot €14,95
Mees van Huis (1909-1996) voltooide in 1934 zijn opleiding aan het Amsterdams Conservatorium. Hij volgde lessen bij onder andere Sem Dresden en studeerde hoofdvak orgel bij Cornelis de Wolf. Zijn studiegenoten waren onder andere Adriaan Engels, Piet van Egmond, Adriaan Schuurman, George Stam en Meindert Boekel. Van 1937-1974 gaf hij muziekonderwijs aan het Blindeninstituut Bartimeus in Zeist en richtte het landelijk bekende Blindenkoor Bartimeus op. Van 1943-1980 was hij verbonden aan de hervormde Buurkerk in Utrecht als cantor-organist. In 1950 combineerde hij die functie met die van cantor-organist van de Broedergemeente in Zeist. In 1980 nam hij afscheid van de Buurkerk, omdat deze werd onttrokken aan de eredienst en omgebouwd werd tot het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement (thans Museum Speelklok). De koren onder leiding van Van Huis waren landelijk bekend door de vele (radio)concerten en plaatopnames.
Van Huis genoot grote bekendheid als improvisator in een (laat-)romantische klankidioom. Voor de kerkmuzikale praktijk schreef hij talloze koraalzettingen en koraalbewerkingen voor koor en orgel.
In het manuscript van de Passacaglia (door de componist geschonken aan ondergetekende) staat drie keer een dynamisch teken: in maat 8 piano en in de maten 170 en 177 fortississimo. De Passacaglia verlangt dus een opbouw van p naar fff. Aan de hand van de klavieraanduidingen, het ritmische verloop van het thematisch materiaal en het type orgel dat ter beschikking staat, kan de uitvoerder zelf registratiekeuzes maken. Mede bepalend voor de registerkeuze kan misschien ook de voorkeur van Mees van Huis voor de 19e-eeuwse orgels van Bätz en Witte richtgevend zijn.

